Dit is een taal-check die onlangs is ontwikkeld door Monique Smeets en Jurgen van Raak voor feedback aan studenten bij schrijfopdrachten in de vorm van een formulier. Ik heb alleen de inhoud gekopieerd. Het geeft een overzicht van veel gemaakte fouten.
- De tekst is afgestemd op het doel ervan.
- Het tekstdoel (informeren, beschrijven, overtuigen of argumenteren) past niet bij de tekstsoort. ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: een inleiding bij een verslag is informerend (wat ga je lezen?), een verkooptekst past dus niet.
- EΓ©n of meer vaste onderdelen van een tekst ontbreken. ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: centrale vraag of conclusies.
- Je taalgebruik past niet bij het doel. ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: een voorlichtingstekst (neutrale toon) verschilt van een wervende tekst (enthousiasmerend)
- De opbouw van je tekst past niet bij de tekstsoort.
- Het taalgebruik is afgestemd op het publiek.
- Je toon is te persoonlijk.
- Je toon is te zakelijk.
- Je toon is te formeel.
- Je toon is te informeel.
- Je toon is niet consistent (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ± 'jij' en 'u' door elkaar).
- Je tekst is te ambtelijk.
- Je tekst is te onduidelijk (niet specifiek genoeg).
- Samenhang op tekstniveau
- De gedachtelijn is logisch (in hoofd- en bijzaken en correcte verbanden) en bevat hooguit een enkele kronkel die niet hinderlijk is voor het begrip van het product.
- Je tekst is niet goed te volgen (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: geen herkenbare inleiding, middenstuk of slot).
- Je tekst biedt geen samenhangende indruk (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: geen samenhang tussen inleiding, middenstuk en slot).
- Je tekst bevat irrelevante informatie.
- Je tekst bevat te weinig informatie.
- Je gebruikt geen heldere hoofdstukindeling.
- Je gebruikt geen heldere paragraafindeling.
- Niet elk hoofdstuk begint met een inleiding waarin duidelijk wordt waar het hoofdstuk over gaat.
- Samenhang op alinea- en zinsniveau
- Alineaβs sluiten goed op elkaar aan en zinsverbanden zijn duidelijk gemaakt met signaal-, voeg- en verwijswoorden.
- Je alinea's bevatten geen kernzinnen. (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: zin met hoofdgedachte van de alinea).
- Er is meer dan één hoofdgedachte per alinea.
- Je gebruikt te weinig verbindingsconstructies. (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: daar staat tegenover dat...) .
- Tussen de alinea's gebruik je signaalwoorden niet goed.
- Binnen de zinnen gebruik je signaalwoorden niet goed.
- Het is niet duidelijk waarnaar je verwijswoorden verwijzen (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: die/dat).
- Het is niet duidelijk waarnaar je signaalwoorden verwijzen (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: omdat/waarvoor/echter/ook).
- Je zinnen zijn onnodig lang.
- Lange, samengestelde zinnen zijn lastig te begrijpen, ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: omdat de informatie die bij elkaar hoort te ver uit elkaar staat.
- Het woordgebruik is adequaat en toereikend
- Je gekozen woorden zijn te vaag. ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: βEen bepaalde theorieβ, βdingenβ of βgoedβ.
- Je gebruikt te veel afkortingen zonder deze uit te schrijven.
- Je gebruikt de verkeerde voorzetsels.
- Je gebruikt onvoldoende academische en vakspecifieke woorden en woordgroepen.
- Je gebruikt academische en vakspecifieke woorden en woordgroepen verkeerd.
- Je gebruikt te veel spreektaal. ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ±: βIn dit onderzoek wordt gekeken naarβ¦β in plaats van βEr wordt onderzoek gedaan naarβ¦β .
- Spelling
- De algemene (werkwoord)spellingregels zijn correct toegepast. Een enkele fout kan nog voorkomen, maar is niet storend voor het begrip van de tekst.
- Je spelt veel werkwoorden verkeerd.
- Je schrijft veel samenstellingen los.
- Je schrijft afleidingen verkeerd (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ± hbo-er in plaats van hboβer).
- Je hebt woorden verkeerd afgekort.
- Hoofdletters worden niet of niet goed gebruikt.
- Zinsbouw (grammatica)
- De zinnen zijn goed geformuleerd; een enkele fout in langere, samengestelde zinnen kan nog voorkomen. De fouten die voorkomen zijn niet hinderlijk voor de tekst.
- Je samengestelde zinnen zijn incorrect.
- Je hebt te veel lidwoorden verkeerd gebruikt.
- Je maakt fouten in meervoud/enkelvoud (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ± 'er staat veel fouten').
- Je hebt te veel werkwoordtijden inconsequent gebruikt (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ± 'toen hij de fout maakte, gaat het mis').
- Interpunctie (leestekens)
- Leestekens zijn correct gebruikt. Een enkele fout kan nog voorkomen, maar is niet storend voor het begrip van de tekst.
- Je verbindt zinnen onterecht met kommaβs in plaats van punten.
- Je scheidt samengestelde zinnen met punten in plaats van kommaβs.
- Je gebruikt de dubbele punt verkeerd.
- Je gebruikt geen aanhalingstekens voor citaten.
- Je gebruikt te weinig leestekens (ππΆπ·ππΌπΌπΏπ―π²π²πΉπ± kommaβs en punten).
- Lay-out
- De lay-out en de indeling ondersteunen het begrip van het product.
- Je hebt de hoofdstukken niet onderverdeeld in paragrafen.
- Je hebt te weinig witregels gebruikt.
- Je hebt te veel witregels gebruikt.
- Je lay-out ondersteunt de structuur van je product onvoldoende.